|
Jammer genoeg is er over de oorspronkelijke bewoners van Curaçao zeer weinig bekend. Uit opgravingen is gebleken dat het eiland voorafgaand aan de ontdekking door de Spanjaarden, het zogenoemde pre-Columbiaanse tijdperk, reeds honderden jaren bewoond is geweest door Indianen. De oorspronkelijke bewoners van Curaçao behoorden tot de Caiquetio-Indianen, een primitief volk. De Caiquetio-Indianen waren afkomstig van het naburige vasteland van Venezuela. Hun culturen worden geïdentificeerd op basis van de artefacten, die zij op verschillende locaties over het hele eiland hebben nagelaten. Ze leefden van landbouw, vissen en jagen. Afgezien van de gevonden artefacten, heeft men op diverse plaatsen op het eiland rotstekeningen van deze Indianen aangetroffen, zoals bij de grotten van Hato. Zeker een boezoek waard!
Curaçao werd in 1499 ontdekt door de Spanjaard Alonso de Ojeda. Het eiland werd door de Spanjaarden “Isla de Los Gigantes” genoemd – Eiland der Reuzen – vanwege de lengte van de oorspronkelijke Indiaanse bewoners. Er werd geen goud en zilver gevonden en door klimatologische omstandigheden was het ongunstig plantages te exploiteren. Al gauw verklaarden de Spanjaarden het eiland dan ook tot “Isla inutiles”, nutteloos eiland. Vanaf 1634 lukt het de Nederlanders en met name de West Indische Compagnie (W.I.C.), om Curaçao van de Spanjaarden te veroveren.
De W.I.C. kon het eiland makkelijk in bezit nemen, omdat de Spanjaarden weinig weerstand boden. De Hollanders waren voornamelijk ambtenaren en personen in dienst van de W.I.C. en later ook particulieren die zich op het eiland vestigden vanwege de handel. De Nederlanders waren voornamelijk protestant. De W.I.C. gaf de Hollanders de opdracht om van Curaçao een plantage-kolonie te maken. De pogingen tot ontwikkeling van de landbouw en veeteelt op Curaçao door de W.I.C. liepen alle schipbreuk vanwege de rotsachtige bodem en het zeer droge klimaat. De scheepvaart en de slavenhandel werden de belangrijkste bron van inkomsten voor de W.I.C.
In 1651 was de eerste immigratie van Sefardische joden naar Curaçao. Ook zij moesten van de W.I.C. van Curaçao een landbouwkolonie maken. Ook deze landbouwkolonie mislukte; door gebrek aan hulpmiddelen, vooral een gebrek aan slaven en door de geringe medewerking van de zijde der Compagnie. Doch toen werd reeds de basis gelegd voor de latere immigratie van Sefardische joden naar het eiland. Een tweede stroming van joden naar het eiland stond in verband met de val van Recife in 1654, waardoor Nederland geen macht meer had in Brazilië. Zij vestigden zich aan het einde van het Schottegat waar een Jodenkwartier (een geïsoleerde vestiging, met bedehuis en begraafplaats; de joden mochten daar tevens hun onderlinge rechtsgeschillen zelf bepalen) ontstond. Ook hebben zij zich in Willemstad gevestigd. In Punda kunt u de prachtige syneagoge bezoeken en wie meer wil weten over de geschiedenis van de Sefardische joden, is het museum zeker de moeite waard.
Na de eerste blanken kwamen de eerste Afrikanen op Curaçao. De slaven waren afkomstig uit West-Afrika. De meeste slaven op Curaçao waren afkomstig van de stammen aan de Golf van Guinea, van Loango en ook van de Slavenkust. De Afrikanen binnen de slavengroep werden ingedeeld naar hun werkzaamheden. Men maakte onderscheid in de huisslaven, de ambachtsslaven, en de tuin- of plantageslaven. Curaçao ontwikkelde zich tot het centrum van de slavenhandel. Een bezoek aan het slavenmuseum Kura Hulanda in Otrabanda is echt een must! Hier krijgt u onder begeleiding van een gids de gehele geschiedenis van het eiland te horen.
De plantages op Curaçao waren niet veel meer dan grote landhuizen met wat grond er omheen. Het verbouwen van voedingsgewassen en het houden van vee waren de belangrijkste bezigheden. Een tocht langs de landhuizen is echt een aanrader! Op Curaçao kunt u een map kopen met routes langs alle landhuizen.
De Afrikanen hebben een belangrijke rol gespeeld in de samenleving van Curaçao vooral in het proces van cultuurmenging dat zich op het eiland heeft afgespeeld. De bevolking van Curaçao is een mengelmoes van verschillende culturen. Op dit moment wonen er meer dan 51 nationaliteiten op Curaçao.
In het jaar 1915 besloot de Koninklijke Shell zich op Curaçao te vestigen. In mei 1918 begon de C.P.I.M. (Curaçao Petroleum Industrie Maatschappij), zoals de Shellraffinaderij tot 1959 heeft geheten, te draaien. Vanaf 1920 breidde de olieindustrie zich snel uit en ging de belangrijkste rol spelen in het economische leven. Door deze uitbreiding kwam er volop werkgelegenheid in de oliesector en door de betere lonen, die dit bedrijf kon betalen, kwamen er vele arbeidskrachten uit de andere sectoren hier werken. De overige sectoren zoals de landbouw, de veeteelt en de visserij gingen erg achteruit. Door de snelle groei van de raffinaderij en andere economische activiteiten was het lokale arbeidsreservoir al gauw uitgeput. Men moest overgaan tot het aantrekken van arbeidskrachten uit het buitenland. Er kwam een omvangrijke stroom van immigranten uit verschillende delen van Zuid-Amerika en het Caribische gebied op het eiland. Deze immigranten kwamen als fasen de Curaçaose maatschappij binnen, te beginnen in 1925 toen arbeiders uit Aruba, Bonaire en de Nederlandse Bovenwinden (St. Maarten, Saba en St. Eustatius) werden binnengehaald. Daarna kwamen er Venezolanen, mensen vanuit de Engelssprekende eilanden en Surinamers. Voor Curaçao betekende de grote toeloop van immigranten vooral in de jaren 1945-1950 een toename van de bevolking. Andere bevolkingsgroepen die naar Curaçao kwamen om voor de Shell te werken waren Nederlanders, Portugezen uit Madeira en Portugal. Naast de immigranten die voor de industrie naar het eiland kwamen, kwam een ander deel van immigranten om in de handel te werken. Dat waren onder anderen Libanezen, Portugezen, Chinezen, Indiërs, en Ashkanische joden.
Door de geschiedenis heen hebben de Europeanen, West Afrikanen, de Zuid- en Noord Amerikanen en de immigranten uit het Caribische gebied bijgedragen aan de cultuur op Curaçao. Maar ondanks de vele verschillende invloeden van buiten af hebben de mensen op Curaçao hun eigen Creoolse cultuur kunnen ontwikkelen tot datgene wat nu typisch Curaçaos is, daardoor is onder de ruim 51 nationaliteiten die op Curaçao woonachtig zijn, toch een enorm saamhorigheidsgevoel ontwikkeld bij de gehele bevolking van Curaçao.
Curaçao moet je voelen en beleven!
|